Waarom Verm-x
De verschillen tussen Verm-X en chemisch ontwormen
Hoewel de chemische middelen die we gebruiken ter bestrijding van de inwendige parasieten bij dieren vaak hun oorsprong vinden in de natuur, zoals werkzame stoffen uit kruiden, schimmels en bacteriën, zijn er toch wezenlijke verschillen tussen chemische wormmiddelen en Verm-XOmdat de natuurlijke middelen beperkt zijn en daarom duur, zijn mensen erin geslaagd de werkzame stoffen chemisch te produceren.De meeste chemische middelen werken wormdodend op een aantal inwendige parasieten in een aantal stadia.Er is geen chemisch middel op de markt dat alle inwendige parasieten dood in alle stadia. En tegen alle chemische middelen is inmiddels al resistentie bekend.Resistentie komt doordat bepaalde parasieten wel in aanraking komen met een chemisch middel maar daar niet door gedood worden. De overgebleven parasieten zullen later voor sterkere nakomelingen zorgen. En helaas hebben ook alle chemische middelen het een en ander aan bijwerkingen.Feit is dat men door gebruik van chemische middelen de kringloop van de parasiet wil doorbreken. Helaas is dit erg moeilijk, en misschien zelfs praktisch onmogelijk. Want het overgrote deel van de populatie parasieten bevindt zich niet in het dier, maar elders in de kringloop buiten het dier. Zoals in het gras of in het hooi, maar ook in de tussen gastheren waarvan sommige parasieten afhankelijk zijn.Verm-X, een natuurlijk ontwormmiddel, werkt op een heel ander vlak dan chemische middelen. Verm-X werkt dan ook niet puur worm dodend, want dan hadden we hetzelfde probleem als bij alle chemische middelen, namelijk de opbouw van resistente parasieten. Verm-X werkt binnen het eco-systeem en zorgt voor een lage infectie druk, zo laag dat deze totaal ongevaarlijk blijft voor onze huisdieren. Tegen sommige parasieten bouwen onze huisdieren dan ook zelf resistentie op.Verm-X bevat kruiden toegevoegd voor de weerstandverhoging van het dier. Daarnaast zijn de kruiden zo gekozen dat zij het dier onaantrekkelijk houden voor parasieten. Zijn er wel parasieten dan moeten de kruiden ervoor zorgen dat deze in hun ontwikkeling geremd en verdreven worden.Al met al proberen we gezondere huisdieren te krijgen die minder aantrekkelijk zijn voor de inwendige parasieten. De parasieten die er dan toch nog zitten moeten worden verdreven uit het lichaam en in hun ontwikkeling worden geremd. Ook zijn er kruiden toegevoegd voor het herstel van bijvoorbeeld de darmwand.Dit is dan ook de reden dat er veel minder gevaar voor resistentie is. Terug naar de eeuwen oude mannier om de parasietendruk laag te houden. Door de natuurlijke voedselkeuze en daarmee de zelfmedicatie van het dier te imiteren. Wanneer dit dan gecombineerd gaat met een goed holistisch management, zoals natuurlijke voeding en huisvesting, zullen de dieren veel gezonder zijn!Hiermee is het regelmatig toedienen van chemische wormmiddelen niet of nauwelijks meer nodig. De ontlasting kan één a twee maal per jaar onderzocht worden op aanwezige wormeitjes. Dit kan zo een mooi beeld geven van de inwendige gezondheid van uw dier. Geneesmiddelen, waar de chemische ontwormkuur onder valt, zijn bedoeld ter genezing niet ter preventie. Gebruik deze middelen dan ook alleen wanneer dat nodig blijkt.
Kruiden in Verm-x
NIEUWE FORMULE
Door het aanpassen van de formule is Verm-X nu ook veilig te gebruiken voor alle drachtige dieren.De Verm-X formule werd ontwikkeld door Trudy Norris, toenmalige vice-president en lid van het Nationaal Instituut van Kruiden Geneeskundigen in Groot Brittanië. De studie naar planten en kruiden bij de studies medicijnen en farmacie werd halverwege de 20ste eeuw opgeheven ten gevolge van de opkomst en ontwikkeling van medicijnen met syntetische samenstelling. Nu, aan het begin van de 21ste eeuw, nu de 'natural lifestyle' in opkomst is begint men het belang van natuurlijke alternatieven voor de gezondheid van dieren in te zien.De Verm-X formule is ontwikkeld door gebruik te maken van 11 medicinale, allen natuurlijke kruiden. Onze gedomesticeerde dieren hebben niet de mogelijkheid om hun eigen voedsel te kiezen en daarmee aan zelfmedicatie te doen.Daarom legt Verm-X nadruk op het voorkomen van een parasietenplaag door de grondbeginselen van de natuurlijke voedselkeuze en daarmee de zelfmedicatie van het dier te imiteren.
In Verm-X komen we oa de volgende kruiden tegen:
Allium Sativum Knoflook Knoflook staat al ruim 5000 jaar in hoog aanzien om zijn vele effectieve eigenschappen.Knoflook stimuleert het afweersysteem en heeft een antibiotische werking, bovendien is knoflook bekend als antiparasitair kruid.
Ulmus fulva Iep De Iep helpt tegen irritatie van het verteringskanaal. Wanneer dit kruid in aanraking komt met een geïrriteerde oppervlak, bedekt en verzacht de iep dit. Dit verdrijft toxines en irritaties.
Mentha Piperita Pepermunt Pepermunt bevordert de stroming van spijsverteringsappen, is goed voor de darmflora en kalmeert de darmcontractie.
Thymus Vulgaris Tijm Wilde tijm bevordert het lichaamswelzijn en werkt bevorderend op het immuunsysteem, het werkt antibiotisch. Tijm wordt ook gebruikt bij maagklachten.Bovendien heeft tijm wormdodende en wormverdrijvende eigenschappen.
Galium aparine Kleefkruid Werkt eetlustopwekkend, ontstekingsremmend, wond helend, reinigt het bloed- en lymfestelsel en is zweetafdrijvend.
Cinnamomum zeylanicum Kaneel Kaneel bevordert het gehele verteringssysteem en geeft spierspanning rust. Kaneel is daarnaast ook wormverdrijvend en wormdodend.
Urtica dioica brandnetelWerkt op het hele lichaam, op alle organen als reiniger en versterker.Stimuleert de darmen en de pancreas.
Picrasma excelsa bitterhout-kwassieboomKwassieboom werkt wormdodend en -afdrijvend.Bij het voeren van kwassieboom wordt de eetlust bevorderd.
Verm-X voor Honden KoekjesBevat vlees, vis en tarwe Vrij van kunstmatige kleurstoffen, smaakstoffen en zoetstoffen Bevat alleen natuurlijke conserveringsmiddelen Opbergen op een koele en droge plaats in de luchtdichte verpakking die wordt meegeleverd.Verm-X poeder en Vloeibare formulesBevatten alleen 100% natuurlijke kruiden Passend in een veganistisch of vegetarisch dieet Vrij van kunstmatige kleurstoffen, conserveringsmiddelen, smaakstoffen en zoetstoffen. Ingrediënten zijn niet bestraald Vrij van gluten, soja en suiker Geen zout toegevoegd Bewaren in een koele en droge ruimte en in een luchtdichte verpakking Volgens de richtlijnen uit 1983 van de Britse Kruiden Bereidkunde
Parasieten bij paarden
Volwassen wormen die zich in het paard bevinden leggen in de maag of de darmen eitjes. In deze eitjes bevinden zich de wormlarven. De wormlarven worden samen met de rest van het voedsel uitgescheiden door het paard in de vorm van mest. Deze mest komt op het weiland terecht. De wormlarve in het eitje kan zich onder de juiste omstandigheden, die voor elke soort anders kunnen zijn, verder ontwikkelen.De eitjes in het gras kunnen door het paard samen met het gras opgegeten worden. Als de larve in het eitje zich in het weiland al ontwikkeld had tot het infectieuze stadium, het stadium waarin besmetting plaats kan vinden, zal de larve in het paard uit het ei komen en zich in het paard ontwikkelen tot volwassen worm. Paarden jonger dan 3 jaar kunnen ook eitjes opnemen en weer uitscheiden zónder dat de larve zich ondertussen ontwikkeld heeft tot volwassen worm. Door chemisch te ontwormen probeert men de wormen cyclus te doorbreken. Met het gevaar voor het steeds vaker voorkomen van resistente wormen. Door ontwormen met kruiden kunnen alle stadia van de worm uit het paardenlichaam verdreven worden. Waardoor er veel minder gevaar is voor resistentie. Zowel het leven van de volwassen wormen in het paard als de ontwikkeling van larve tot volwassen worm kan binnen het paard schade aanrichten waardoor het paard ziek wordt. Gedomesticeerde paarden kunnen niet aan zelfmedicatie doormiddel van voedsel keuze doen, en de huisvesting van deze paarden is niet te vergelijken met paarden in de natuur. Daarom wordt het ontwormen van paarden, op welke manier dan ook, sterk aangeraden.
Soorten wormen
De meest voorkomende wormen en parasieten bij het paard worden in alfabetische volgorde genoemd en beschreven.
Aarsworm (Oxyuris Equi)De aarsworm wordt ook wel draadworm genoemd.Aarswormen komen in heel veel paarden voor vanaf een leeftijd van 1,5 jaar oud. Ze leven in het laatste deel van de dikke darm. De larven ontwikkelen zich in de dikke darm waar ze uitgroeien tot volwassen wormen.De vrouwelijke wormen leggen hun eitjes rond de anus van het paard en plakken ze hier vast met behulp van een plakstof. De wormen zelf leven niet rond de anus, maar keren na het leggen van eitjes terug naar de dikke darm. Leidt tot:
· Zichtbaar: witte tot gelige korstachtige plakstof rond de anus
· Hevige jeuk rond het anaalgebied, hierdoor gaat het paard de staart schuren en treedt meestal een 'rattenstaart' op (kale staartwortel)
Grote strongyliden (o.a. Strongylus Vulgaris, Strongylus Edentatus, Strongylus Equinus)De larven kruipen door het bloedvatenstelsel van het paard. In de slagader van de vliezen waaraan de darmen zijn opgehangen in de buikholte ontwikkelen ze zich verder en vervellen. De vervelde larven keren terug naar de darmen. Hier gaan ze door de darmwand heen om zich te nestelen in de dikke darm of blinde darm. De larven ontwikkelen zich hier tot volwassen worm. De grootste schade leveren de larven in de slagaderwand. Door zich in die slagaderwand te ontwikkelen en te vervellen, veroorzaken ze ontstekingen en verdikking van de wand. Hierdoor verslapt de slagaderwand, waardoor de verminderde contractie optreedt. Leidt tot:
· Lichte, terugkerende koliek, veroorzaakt door de verwijding in de slagader of omdat de darmwand te weinig bloed (en dus zuurstof) krijgt.
Haarworm (Trichostrongylus axei)De eitjes van de haarworm leven in het gras en kunnen zo door het paard opgenomen worden. In het paard ontwikkelt het eitje zich tot larve. De larve trekt naar de maag waar hij zich verder ontwikkelt tot volwassen worm. Volwassen wormen veroorzaken irritaties in de maag en de dunne darm en brengen schade toe aan de darmwand, de bloedvaten en de lymfevaten.Veulens zijn bijzonder vatbaar voor een haarworminfectie. Leidt tot:
· Slechte voedselopname
· Donkere rottig ruikende diarree,
· Bloedingen in de ingewanden leiden tot bloedarmoede en slechte conditie
Horzellarven (Gasterophilus intestinalis)Een besmetting met horzellarven ontstaat via de horzelvlieg. Die legt haar eitjes op de benen en rond de mond van het paard. In het eitje ontwikkelt zich de horzellarve. Deze larven veroorzaken jeuk waardoor het paard zichzelf gaat bijten en likken. De larve komt in de mond terecht en wordt doorgeslikt. De larven nestelen zich in de slijmvliezen van het maag-darm kanaal. Dit innestelen, zich voeden met slijm en na 10 maanden weer losbreken levert grote schade aan de maagwand of darmwand van het paard. Horzellarven komen voor bij paarden in alle leeftijden. Leidt tot:
· Groeivertraging (bij veulens), vermageren, koliek, slechte conditie en verminderde weerstand
Kleine strongyliden (Cyathostominae) of bloedwormDe eitjes/larven worden opgenomen met het weidegras. De larven dringen zich ín de darmwand en nestelen zich. Als de larven bijna volgroeid zijn breken ze uit de darmwand terug in het darmstelsel. Hier groeien ze uit tot volwassen wormen. Het door de darmwand heen breken als bijna volgroeide larve richt veel schade aan aan de darmwand van het paard, vooral omdat de kleine strongyliden in grote aantallen aanwezig zijn. Ook de ontwikkeling, die plaatsvind in de darmwand, richt schade aan. Door de larven in de darmwand kan het paard zijn voedingsstoffen niet meer goed opnemen. Leidt tot:
· Waterige diarree en sterke vermagering
Leverbot (Fasciola hepatica)De leverbot komt voornamelijk voor bij schapen en in natte gebieden. Paarden die samen met schapen gehouden worden kunnen ook worden besmet. Dit komt echter zelden voor.Via hooi of gras waarin de larven zich bevinden kan het paard besmet raken. In het paard trekken de larven naar de lever. In de galgangen ontwikkelen ze zich tot volwassen leverbot. Eitjes van deze volwassen leverbot zullen via de mest uitgescheiden worden en weer in het weiland terecht komen.Een leverbotinfectie kan acuut of chronisch zijn. De acute infectie leidt vaak tot plotselinge dood. Leidt tot:
· Zweten na het eten t.g.v. slechte voedselvertering, koliekgevoelig, bloedarmoede, leverfalen, vertraagde groei en chronische diarree.
Lintwormen (verschillende soorten Anaplocephalae)De larven van de lintworm worden tegelijk opgenomen met de mosmijt, een klein insect dat aanwezig is in vochtige, humusrijke weidegrond. In de blinde darm ontwikkeld de lintwormlarve zich tot een volwassen worm. De volwassen lintwormen bevinden zich grotendeels rond de overgang van de dunne darm naar de blinde darm. Daar veroorzaken ze ontstekingen of zweren. Een volwassen lintworm wordt door het paard na twee maanden uitgescheiden, via de mest besmetten de mosmijten zich opnieuw en begint de cyclus opnieuw. Leidt tot:
· Vage symptomen: afvallen, doffe vacht, verminderd presteren, vertraging van de groei, diaree en kolieken in de darm
Longworm (Dictyocaulus arnfieldi)De longworm komt meestal alleen voor bij paarden als deze samen met ezels gehouden worden. Via het gras of hooi raken ezels en paarden besmet met longwormlarven. Na opname komen de larven via het bloed in de longen van het paard. Longwormlarven gaan door het longweefsel naar de kleine bronchiën, ontwikkelen zich tot volwassen worm en leggen eitjes. Deze eitjes worden door het paard opgehoest, doorgeslikt en komen uiteindelijk terecht in de mest. Oudere paarden kunnen resistentie ontwikkelen tegen de longworm. Veulens, die nog weinig immuniteit hebben, kunnen overlijden aan een longworminfectie. Leidt (vooral bij veulens) tot:
· Ernstig hoesten, moeilijk ademhalen, slechte eetlust en kan leiden tot de dood.
Maagworm (Habronema muscae)De maagworm heeft een tussengastheer nodig, de vlieg(made). Wanneer een vlieg contact heeft met de slijmvliezen van het paard kunnen larven, die worden meegedragen door de vlieg, opgenomen worden. Ontwikkelen en voortplanten kan alleen als de maagwormlarve via het bloed in de maag terecht komt. Ze leggen eitjes in de maag die zich in de darmen ontwikkelen tot larven. Wormlarven in de mest worden opgenomen door de vliegmade. Zodra de vlieg kan vliegen zal ze nieuwe dieren besmetten met maagwormlarven.De larve kan zich ook nestelen in wondjes of in de oogslijmvliezen. Via de neusslijmvliezen kan hij ook in de longen terechtkomen. Op deze plaatsen kan hij zich echter nooit ontwikkelen of voortplanten, maar wel veel irritatie veroorzaken. Leidt tot:
· Maag: ontstekingen, slijmvorming, bloedingen en maagzweren
· Elders: zomerwonden en jeuk, chronische bindvliesontsteking in het oog, hoesten en ademnood.
Onchocerca worm (Onchocerca Cervicalis)Mugjes zijn hier de tussengastheer. Door een muggenbeet kunnen larven in het paard terechtkomen. De larven nestelen zich in bindweefsel, o.a. huid, banden, pezen en ogen. Dit veroorzaakt zwellingen, pijn en jeuk. Het schuren van de hals en de nek wordt daardoor vaak herkent als zomereczeem in plaats van een worminfectie. In het oog kunnen de larven blindheid veroorzaken. In het bindweefsel groeien ze uit tot volwassen wormen en leggen ze eitjes. De steekvlieg of mug krijgt via het bloed de eitjes binnen en de cyclus begint opnieuw. Het bindweefsel sterft af. Op de plaats van de dode cellen treedt vochtophoping op. Na genezing blijven littekens achter. Leidt tot:
· Jeuk, pijn, zwelling, vochtophoping en littekenweefsel.
· Blindheid kan optreden.
Spoelworm (Parascaris Equorum)De spoelworm komt voor bij alle leeftijden. Voornamelijk bij veulens jonger dan 6 maanden kan de spoelworm voor problemen zorgen. Het veulen wordt besmet met de spoelworm door het eten van eitjes, dat kan zowel in de stal als op het weiland gebeuren. Als de larve in het lichaam van het veulen uit het eitje verplaatsen ze zich via de lever en de longen door het lichaam van het veulen. Leidt tot:
· Versnelde ademhaling, hoesten en neusuitvloeiing. Bij oudere veulens ook gewichtsverlies, sloomheid en gebrek aan eetlust.
Veulenworm (Strongylus Westeri)Bij oudere, immune paarden kapselen de larven van de veulenworm zich in. Als het veulen drinkt bij de merrie worden de larven gereactiveerd en komen via de melk in het veulen terecht. Deze larven kunnen ook via de huid of de slijmvliezen het veulen binnendringen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het veulen in de mest ligt. Deze larven trekken naar de longen toe, daarvandaan worden ze opgehoest en met het slijm weer doorgeslikt. Eenmaal in de maag en darmen kunnen de larven zich ontwikkelen tot volwassen wormen.Een besmetting met volgroeide veulenwormen komt alleen voor bij veulens jonger dan 6 maanden.Leidt tot:
· Het begint met hoesten, bij een zware infectie wordt diarree gezien.
28-04-2006Ilse Ferwerda
Lagere infectiedruk
Voorkomen is beter dan genezen
De paardenweide van onze gedomesticeerde paarden ziet er heel anders uit dan die van hun natuurlijke soortgenoten.Hun natuurlijke soortgenoten kunnen niet alleen zelfmedicatie doormiddel van voedselkeuze toepassen, maar zij kennen ook een lagere besmettingsgraad.
Paarden in de natuur hebben een grote leefomgeving, en hanteren mestplekken, waar zij niet meer zullen eten, daarmee voorkomen zij dat ze zich zelf weer besmetten. Het overgrote deel van de parasiet populatie bevint zich namelijk in het gras in plaats van in het paard en zelfmedicatie werkt alleen binnen het paard.
Hoe kunnen wij de natuur zoveel mogelijk evenaren om de weidebesmetting zo laag mogelijk te houden?
Allereerst dus de hygiëne, in de natuur wordt er niet uitgemest, maar zullen paarden niet eten waar ze mesten. Bieden wij onze paarden niet voldoende ruimte en slechts beperkt ruwvoer, dan dwingen wij dat de paarden ook eten van het gras waar ze gemest hebben.
Dagelijks uitmesten is dus erg goed om de infectie druk zo laag mogelijk te houden.
Wilde paarden eten geen krachtvoeders, maar ruwvoer, ruwvoer is niet alleen gedroogd lang gras maar bestaat daarnaast ook uit takken, planten en zaden.
Doordat paarden zaden eten, en niet altijd alles evengoed vermalen, zijn de mestballen ideale plekken voor vogels om voedsel te vinden.Zij pikken de mest ballen helemaal uit elkaar, waardoor de eitjes en de larven blootgesteld worden aan de zon, waardoor ze het al snel niet meer overleven.Voeren met granen is dus een goede optie, alleen een moeilijke in combinatie met uitmesten.Doordat de vogels de mestballen openbreken, zijn ze vele malen moeilijker op te ruimen voor ons.Bloten/slepen geeft een vergelijkbaar idee, alleen het nadeel hiervan is dat het niet dagelijks gebeurt en bij het slepen wordt de mest verspreid over de gehele paardenweide.
Paarden leven in de natuur niet als enige diersoort op een graas gebied. Paarden zijn erg kieskeurig en laten veel planten staan die door andere dieren nog als een delicatesse worden beschouwd. De mestplekken van de paarden veroorzaken een andere vegetatie en trekken andere diersoorten aan.
Zuring is daar een voorbeeld van, zuring komt vaak opdagen op plekken waar paarden veel mesten, en zuring wordt goed gegeten door bijvoorbeeld geiten.
Veel parasieten zijn diersoort specifiek en zullen de begrazing door andere diersoorten niet overleven.Af wisselen met een andere diersoort of paarden samen met andere dieren te huisvesten geeft daarmee een lagere infectie druk voor beide diersoorten.
Resistentie
Over resistentie en het 'in de hand werken van resistentie' wordt zeer veel gespeculeerd. Veelal betrefd het onwaarheden.Het is niet het paard dat resistent wordt, maar de worm of de larve muteert zichzelf tot een worm of larve die tegen een bepaalde chemische werkzame stof is opgewassen en hierdoor niet meer gedood kan worden met dit middel. Dit muteren kan alleen gebeuren wanneer de worm of de larve de stof al eens is tegengekomen, maar er niet door werd gedood, bijvoorbeeld omdat de paardenhouder niet voldoende ontwormmiddel heeft toegedient bij het paard of omdat de werkzame stof niet werkzaam is in het stadium waarin de worm of larve zich op dat moment bevondt.Een gemuteerde volwassen worm scheidt eitjes uit die allemaal tegen deze stof zijn opgewassen, met als resultaat dat het paard en de weide besmet worden met eitjes, larven en wormen die niet meer te bestrijden zijn, tenminste, niet met deze werkzame stof.
Tegen elke werkzame stof kan de worm of de larve resistentie opbouwen. Toch wordt er geadviseerd om de werkzame stoffen niet te veel af te wisselen. De reden hiervan is dat geen enkele werkzame stof larven van álle stadia tegelijk kan doden. Om álle larven te doden is het dus zo belangrijk dat het ontwormen tijdig herhaald wordt. De larven die de eerste keer nog niet in of alweer uit het stadium waren waarin het ontwormmiddel alle larven dood zullen de volgende keer, of de keer erna, wél in dit stadium verkeren. Regelmatig ontwormen is dus de enige manier om ervoor te zorgen dat de larve zich op den duur nooit meer kan ontwikkelen tot volwassen worm. Door dit regelmatig ontwormen komen de larven uit de andere stadia steeds een stof tegen waardoor ze niet worden gedood, en waartegen ze zich dus gaan verdedigen en ontwikkelen. Om te zorgen dat deze ontwikkelde larven uitgroeien tot volwassen wormen en eitjes gaan leggen met resistente larven moet dus ook regelmatig ontwormt worden.
Zou je steeds een andere werkzame stof gebruiken die werkt in andere stadia van de larven, dan is het mogelijk dat een resistente larve het overleeft tot volwassen worm en resitente eitjes gaat leggen. De larve die het heeft overleeft is in zijn ontwikkeling nooit gedood, maar zal wél meerdere werkzame stoffen tegen zijn gekomen, waartegen hij allemaal resistentie heeft opgebouwd. De eitjes waarmee het paard en het weiland daarna besmet worden zijn dan met geen enkele werkzame stof meer te bestrijden!
Zou je steeds dezelfde werkzame stof gebruiken en steeds binnen de gestelde termijn de ontworming herhalen is ten eerste de kans al klein dat een larve het gehele ontwikkelingsproces overleeft en áls dit wel zou gebeuren, dan legt de volwassen worm eitjes die alléén resitent zijn tegen die ene werkzame stof en kunnen de resitente larven altijd nog bestrijd worden met een andere werkzame stof. Het is onwaarschijnlijk dat er geen enkele larve overleeft, hoe strikt er ook ontwormt wordt, er zullen elke keer een paar larven ontkomen en resistente eitjes produceren zodra ze volwassen zijn. Om te zorgen dat ook deze resistente volwassen wormen, resistente eitjes en resitente larven alsnog uitgeroeid worden is het aan te raden om na één of twee jaar over te gaan op een andere werkzame stof.
Om resistentie te voorkomen is het ten eerste dus belangrijk dat er nooit ondergedoseerd wordt bij het ontwormen van het paard en dat de herhaling van het ontwormen binnen de aangegeven tijd plaatsvind. Ten tweede is het het beste om niet te veel af te wisselen tussen de verschillende werkzame stoffen. Wat wel verstandig is is om bijvoorbeeld per jaar of per twee jaar over te schakelen op een andere werkzame stof.
Van sommige werkzame stoffen is bekend dat er al veel wormlarven in Nederland resistent uit het eitje komen omdat deze werkzame stof in het verleden veel gebruikt werd. In onderstaande tabel kunt u zien voor welke werkzame stoffen in welke mate al resistentie is opgebouwd.
Ivermectine en Moxidectine zijn aan elkaar gerelateerd en worden in de literatuur beiden in de groep van macrocyclische lactonen geplaatst.Fenbendazol valt net als bijvoorbeeld Febantel (wordt bijna niet meer gebruikt bij paarden) in de groep van Benzimidazole.Pyrantel Pamoaat omvat een eigen groep met producten op basis van Pyrantel.
Werkzame stoffenResistente wormenBenzimidazole (o.a. Fenbendazol)Kleine StrongylidenMacrocyclische lactonen (o.a. Ivermectine en Moxidectine)Spoelwormen bij veulensPyrantelKleine Strongyliden
Omdat ontwormmiddelen op basis van kruiden niet wormdodend maar wormverdrijvend zijn zal hiertegen geen resistentie ontwikkeld worden.
Er loopt tijdens dit schrijven op de Universteit Utrecht een onderzoek naar resistentie op ivermectine bij veulens. Daarbij is al aangetoont dat bij 63% van de veulens de hoeveelheid spoelwormen niet met de beloofde 90% wordt gereduceerd bij ontworming. Dit betekend dat spoelwormen resistentie hebben opgebouwd tegen ivermectine. (bron 17) In de Verenigde Staten en Australië werd al eerder resistentie tegen de macrocyclische lactonen aangetoont.
Ilse Ferwerda
Receptplicht bij Verm-x
Verm-X en receptplicht voor wormmiddelen voor paardenWormmiddelen voor paarden hebben vanaf september 2007 een nieuwe kanalisatie status gekregen, en zullen in de toekomst alleen nog op recept verkocht mogen worden door dierenartsen, apothekers en andere vergunninghouders. De overgangsperiode loopt tot 1 juli 2008, vanaf dan kunt u wormmiddelen niet meer vrij verkrijgen en zult u deze bij uw dierenarts moeten halen of uw dierenarts een recept laten uitschrijven wat veelal weer kosten met zich mee zal brengen.
Waar staat Verm-X in dit verhaal?Verm-X is geen diergeneesmiddel maar een voedingssupplement en zal daarom gewoon vrij verkrijgbaar blijven, via deze website en de wederverkopers welke eveneens op deze website vermeld staan.
Gebruiksaanwijzing voor Verm-X® Poeder voor paarden
Meng 1 vol lepeltje (wordt meegeleverd) twee keer per dag, 5 dagen achter elkaar door het (eventueel iets nat gemaakte) voer van je paard/ponyHerhaal dit elke 10/12 weken, door het gehele jaar.Voor ponies onder de 113 cm, miniatuur paardjes en ezels kan de dosis gehalveerd worden.Verm-X ® kan de chemische wormkuur totaal vervangen, maar kan ook in het chemische ontworm schema opgenomen worden.Je kan dus beslissen om Verm-X ® elke 10/12 weken te voeren of in het gewone schema toe te voegen, bijvoorbeeld drie keer per jaar Verm-X® en de overige keren een gebruikelijke kuur. Ook afwisselen met andere natuurlijke wormverdrijvers is mogelijk.
Verm-X vloeibaar voor paardenOp navolging van de succesvolle start van Verm-X® poeder in 2002 is er nu een gemakkelijke vloeibare versie.Het principe en de kruiden zijn het zelfde als bij het poeder, het enige is dat Verm-X ® vloeibaar zowel door het drinkwater, als het voer gemengd kan worden.
Gebruiksaanwijzing Verm-X ® vloeibaar:Voeg 25ml per dag drie dagen achter elkaar, één keer per maand door het gehele jaar, toe aan het drinkwater of voer van je paard.Let erop dat je dit niet in een centrale driknplaats doet, en dat je er zeker van kan zijn dat al het water door je paard wordt opgedroken.Elke fles wordt geleverd met een handige doseerbeker.Wanneer je Verm-X ® vloeibaar mengt door het drinkwater dan is het belangrijk dat je paard op dat moment geen alternatieve drink plek heeft.